Jaap Ruiter - rietteler in de Weerribben, I


Jaap zet de auto stil en ik stap uit - de stilte spríngt op mij af. Dan hoor ik hoog in de lucht de ganzen overvliegen, een paar mussen tsjilpen in de voortuin en voor me doen vijf schapen zich luidruchtig te goed aan het hoge gras. Sommige kijken me al kauwend nieuwsgierig aan.
Vanaf Oldemarkt zijn we alsmaar smaller wordende weggetjes in gereden totdat we niet verder konden : de weg eindigde op het erf van Roelof Doeven en zijn vrouw Hasseltjen.
Even later zit ik in de voorkamer van de boerderij achter een dampende kop koffie met daarbij een vertrouwd plak koek.

"En dit is ... Jaap Ruiter..." Lachend hadden Roelof en Hasseltjen me aangekeken toen ik hun handen schudde. Aan tafel zaten nu twee Jaap Ruiters, verre verwanten van elkaar maar pas sinds een week van elkaars bestaan op de hoogte. Ik vertelde van onze stamvader Jan Jans Ruijter die uit Muggenbeet kwam en wiens bestaan ongetwijfeld verweven was met de turf. We spraken over de vele Jacobs en Hendrikken in onze familie, over de turf en het alom aanwezige water.
Ik keek naar buiten en zag de mussen voortdurend in de voortuin af en aan fladderen. Wat ze aan het doen waren, kon ik niet goed zien. Aan de overkant van de weg graasden de koeien in de wei die zich uitstrekte tot aan de horizon. Daar zag ik de bomen aan de Hogeweg  - zo'n beetje de oostelijke begrenzing van het gebied van de Weerribben en één van de oudere wegen in dit gebied.

De koffie smaakt uitstekend en Hassie brengt een tweede kopje. Ze heeft ook nog een schaal aardappelen meegenomen en begint die te schillen, voor het warme eten straks tussen de middag.
Jaap wijst op een groep bomen waartussen vaag een dak te zien is : "Dat is mijn huis! Het ligt hier zo'n 600 meter vandaan, maar we moeten zo'n kilometer of vier rijden om er te komen!".
Na nóg een kop lopen we naar buiten en ik verbaas me opnieuw over de rust en de ruimte. IJsselham ligt echt op de grens van het laagveengebied : in oostelijke richting zie je het land omhoog komen, daar is het al snel meer dan 1,5 m boven NAP. Voor me uit daalt de grond tot onder het Amsterdamse Peil. Samen met Jaap loop ik langs de schuur naar achteren en daar zie ik het riet.
De ruimte waar Roelof  tot voor 12 jaar zijn koeien nog had staan, wordt nu in beslag genomen door riet, heel veel riet. Het ligt er sinds begin dit jaar te wachten op verdere verwerking. Jaap en Roelof zijn nu bezig met de laatste bossen, en mijn bezoek is dan ook nog net op tijd. De volgende uren zijn beide mannen druk bezig met het riet en het beantwoorden van mijn vragen, terwijl ik foto's maak van hun werkzaamheden. (Klik hier om die foto's te bekijken.)

Tussen de middag neemt Jaap me mee naar zíjn huis. Het is inderdaad een heel eind rijden. De weg voert lange tijd langs het kanaal Steenwijk-Ossenzijl, de laatste kilometers niets meer dan een met puin verhard pad. Jaap's huis ligt verscholen onder hoge bomen, en vanuit de woonkamer zie je alleen rietvelden en weilanden. Een sterk gevoel van "alleen op de wereld" dringt zich bij mij op. Jaap laat me zien waar Roelofs boerderij staat; het is zijn naaste buurman.
Jaap heeft zijn huis zelf gebouwd en vertelt dat hij tijdens de bouw lange tijd in de kelderruimte heeft gewoond als een soort holbewoner. Pas sinds begin dit jaar heeft zijn huis stromend water, al stopt de leiding bij de hoofdkraan in de kelder en is de rest van het huis er nog niet op aangesloten...  In de keuken loeit de kachel volop en hij wijst lachend op de jerrycan met water als ik hem vraag hoe hij aan water kwam voor de waterleiding er lag.  Die nam ik telkens mee en vulde hem bij Roelof".
Electriciteit is er ook, hier aan het eind van de wereld, door een generator opgewekt. In de tuin ligt ook nog een soort sceptic-tank : het systeem zorgt op natuurlijke wijze voor afbraak van alle afvalwater.

Als het theetijd is zitten we opnieuw in de voorkamer. Achter me hangt de muur vol portretten : kinderen, kleinkinderen...

's Middags moeten er nog een paar uurtjes gewerkt worden en ik verbaas me opnieuw over het uithoudingsvermogen van Roelof - hij werkt als een jongkerel en gaat maar door!
Als het theetijd is zitten we opnieuw in de voorkamer van de boerderij. Achter me hangt de muur vol portretten : kinderen, kleinkinderen... Het is er opnieuw ontzettend knus, Hasseltje heeft een kous op haar breipennen en blijkt nog volop sokken te breien voor haar zonen,  immers : "De jongens hebben het liefst wollen sokken".
Ik herinner me hoe mijn grootmoeder kousen voor mij breide, en hoe het voelde om een half afgebreide sok met koude breipennen er nog in te moeten passen... Het is zó vertrouwd hier in deze voorkamer...

Later rijden Jaap en ik nog naar Kalenberg : het centrum van de riethandel hier in de Weerribben. Jaap wijst me de stukken land aan die hij en Roelof hebben gepacht. Het riet groeit nu niet meer, maar zit nog volop in het blad.
Hier overvalt me een vreemde gedachte : om dit natuurgebied in stand te houden,  moet de mens voortdurend ingrijpen door het riet elk jaar te maaien en het land te ontdoen van alle andere planten. In die zin is dit natuurgebied bijna net zo natuurlijk als een akker met mais...

Lees verder en bekijk de foto's die ik heb gemaakt.



Opmerkingen? Foutje gevonden?   Opmerkingen?
Meld het via het reactieformulier!
Mijn naamgenoot Jaap Ruiter is rietteler in IJsselham. Behalve zijn naam vond ik zijn beroep ook opvallend. Jaap werkt nog altijd in de Weerribben, waar zoveel van onze voorvaderen hun brood hebben verdiend.
Toen ik hem vroeg of ik eens een dag kon komen kijken op zijn bedrijf stemde hij enthousiast toe en een afspraak was snel gemaakt. Op 1 oktober 2007 kon ik meerijden naar IJsselham.



Familieverhalen


Streekgeschiedenis


Wetenswaardigheden


Film & Video