De veenbazen


Iedereen kent waarschijnlijk wel de slechte naam die veenbazen hadden. Die slechte naam hadden ze te danken aan hun nietsonziende uitbuiting van de arbeiders. Een minimaal loon, mensonterende woon- en werktoestanden en onmenselijk lange werkdagen.
Ze woonden in een wereld waarin het verschil tussen arm en rijk misschien niet groter was dan we tegenwoordig kennen, maar het merendeel van de bevolking was zó arm dat in leven blijven een primaire zorg was.

Hiermee wil niet gezegd zijn dat alle veenbazen principieel slecht waren, maar in de relatie tussen veenbazen en arbeiders namen de laatsten een puur afhankelijke positie in. Daarbij kwam ook nog dat veenbazen in het algemeen het gezag en de kerk aan hun zijde wisten. Arbeiders waren met andere woorden volkomen overgeleverd aan de wensen en grillen van een veenbaas en er was niemand die oog had voor hún belangen.

Pas aan het eind van de 19e eeuw kwam hierin verandering toen arbeiders zich gingen organiseren. Het is ook niet voor niets dat de grove misstanden in de veenpolders een rijke voedingsbodem vormden voor de ideeën van het socialisme.

Hoewel het overgrote deel van onze familie (veen)arbeider is geweest, treffen we in onze gelederen ook een aantal veenbazen aan. Vier daarvan zijn van bijzonder belang want zij trokken rond het begin van 19e eeuw vanuit Muggenbeet/Wetering naar de Friese laagveengebieden; het zijn :

  • de broers Dirk en Joost Wiegers de Ruiter (tak 2),
  • Rein Wiegers Ruiter (tak 3) en
  • Wolter Hendriks Ruiter (tak 4).

Wat was precies hun verwantschap? We pakken er eventjes een stukje stamboom bij :

Het is opvallend dat alle vier personen in Muggenbeet/Wetering zijn geboren, en nog wel binnen een tijdsbestek van negen jaar. Ze zullen elkaar zonder enige twijfel hebben gekend. De broers Joost en Dirk waren achterneef van Rein (hun opa's waren broers); bij Wolter zit er nog een extra generatie tussen.
Het is eveneens opvallend dat de generaties elkaar in de takken 2 en 3 niet snel opvolgen. Tussen overgrootvader en achterkleinkind zitten maar liefst 120 jaar, hetgeen 40 jaar per generatie oplevert terwijl je meestal uitgaat van 25 jaar per generatie. Aan de geboortejaren kun je zien dat deze 25 jaar inderdaad bij lange na niet gehaald wordt. Wat dat betreft komt tak 4 meer in de buurt.
De achterneven gingen ieder hun eigen weg.

De beide broers Joost en Dirk streken neer in Weststellingwerf. Volgens de akte van naamsaanneming wonen beiden in 1812 in Spanga. In 1832 woont Joost nog steeds in Spanga, het dichtst bij zijn geboortegrond; zijn huis ligt aan de Linde en dus hooguit 100 meter vanaf de grens met Overijssel (1). Dirk woont dan iets noordelijker, midden in de verveningen van Nijetrijne (2).
Rein's vader Wieger was rond 1800 naar een veel noordelijker veengebied getrokken juist boven Heerenveen, en daar in Tjalleberd woont Rein in 1832 nog altijd (3).
Wolter trouwt in 1814 in Echten en is daar wellicht enkele jaren daarvoor neergestreken. In 1832 woont hij nog altijd in Echten (4).

Nu sinds enkele maanden het kadaster van 1832 op internet te raadplegen is, heb ik van alle vier veenbazen een overzicht gemaakt van hun landbezit. Overigens, in 1832 was veel van dat bezit al uitgeveend en bestond uit louter water.
Je kunt deze overzichten bekijken door hieronder op de naam te klikken :

Toen ik eind jaren 70 met het napluizen van de stamboom begon heb ik nog gesproken met Kerst Ruiter, een halfbroer van mijn grootvader (dus uit tak 3). Die wist me toen te vertellen dat 'onze' familie inderdaad uit Overijssel kwam (dat had ik intussen zelf ook uitgezocht) en dat ze eerst in het veengebied van Weststellingwerf (Friezen hebben het dan over de "Scheene kaante", omdat de bevoking daar Weststellingwerfs praat) hadden gewoond en gewerkt en dat daar nog steeds familie woonde. Destijds kon ik die opmerking niet plaatsen want onze voorvader Rein was immers met zijn vader linea recta naar Tjalleberd gekomen vanuit Wetering. Pas veel later kwam ik de zijtakken op het spoor waartoe Joost en Dirk en Wolter behoren. En nu krijgt die opmerking inhoud, want blijkbaar hebben de achterneven weet van elkaar gehad en is dit binnen de familie min of meer bekend gebleven.

Een andere leuke bijkomstigheid : de voorvaderen van dit gezelschap groeven hun turven in het gebied dat nu bekend staat onder de naam Weerribben : een prachtig natuurgebied in de Kop van Overijssel.
Dirk Wiegers de Ruiter had veel grond in het gebied van Nijetrijne. Dit gebied is tegenwoordig ook een natuurgebied : de Rottige Meente.
En Rein Wiegers Ruiter tenslotte - hij had veel grond in het laagveengebied van Tjalleberd. Ook hier vinden we tegenwoordig een prachtig natuurgebied : de Deelen.
Nu het voor de boeren steeds moeilijker wordt om economisch rendabel te kunnen werken, is het een kwestie van tijd voordat nog veel meer weidegrond terugverandert in de toestand van begin 19e eeuw - een aaneenschakeling van petgaten en ribben, het landschap waarin onze voorvaders hebben gewoond en gewerkt.



Opmerkingen? Foutje gevonden?   Opmerkingen?
Meld het via het reactieformulier!
Hoewel het overgrote deel van onze familie (veen)arbeider is geweest, treffen we in onze gelederen ook een aantal veenbazen aan. Vier daarvan zijn van bijzonder belang; het zijn de broers Dirk en Joost Wiegers de Ruiter (tak 2), Rein Wiegers Ruiter (tak 3) en Wolter Hendriks Ruiter (tak 4).



Familieverhalen


Streekgeschiedenis


Wetenswaardigheden


Film & Video