De Yad Vashem-onderscheiding



Geëerd worden Johannes Ruiter en zijn echtgenote Elisabeth Ruiter-van Sitteren (postuum)

Johannes (Jo) Ruiter woonde in zijn jonge jaren in Glanerbrug, vlakbij de Duitse grens. Hij had allerlei contacten in het grensgebied met Duitsland en was zodoende goed op de hoogte van hetgeen zich over de grens afspeelde. Hij was daardoor eerder dan de meeste Nederlanders gewaarschuwd voor het dodelijke gevaar van het Hitler-regime.

Jo Ruiter was controlerend belastingambtenaar en ontmoette in die functie veel mensen. Een joodse zakenman die na de Kristallnacht uit Duitsland was gevlucht zei nota bene tegen hem: 'Hitler zal mij niets doen. In de Eerste Wereldoorlog heb ik aan de Duitse kant meegevochten en ben daardoor zelfs invalide geworden ........ nee....... ik zit wel goed!' Verbaasd over de naïviteit van deze man groeide bij Ruiter, mede ingegeven door zijn geloof, de overtuiging dat er iets moest gebeuren. Van toen af aan begon hij door het hele land onderduikadressen te regelen, veelal bij gereformeerde mensen op het platteland. Hij noemde hierbij nooit zijn naam, wilde ook geen namen weten en leverde zijn 'klantjes' zwijgend en anoniem op de afgesproken plaats, meestal een perron, af. Zijn echtgenote, Elisabeth Ruiter-van Sitteren, stond volledig achter hem en steunde hem in zijn activiteiten.

Op een dag stelde Jo een jong meisje voor aan zijn gezin met de woorden: 'dit meisje heeft ooit Inge Karpowitz geheten, maar wij noemen haar Diewertje (roepnaam Djoeke) Bloem'. De 'echte' Diewertje Bloem had haar paspoort afgestaan om dit joodse meisje een nieuwe identiteit te kunnen geven. Tienerdochter Betty Ruiter (zoon Henk was toen al ondergedoken) ging 's avonds de logé 'luchten'. Maar overdag was het heel moeilijk om de aanwezigheid van het meisje te verbergen in het rijtjeshuis in de stad Utrecht. De buurman, een NSB-er en lid van de Mussertstaf, gaf na enige tijd een tip dat Ruiter in de gaten werd gehouden. Hij heeft Inge Karpowitz, alias Diewertje Bloem, toen uit veiligheidsoverwegingen weggebracht naar Driebergen, waarna anderen haar naar Katwijk brachten. Zij overleefde de oorlog, heet nu Chana Haaza en exploiteert samen met haar echtgenoot een bloemenkwekerij in Kfar Shmaryahu bij Herzlya in Israël. Chana kan vandaag tot haar grote spijt niet aanwezig zijn omdat zij pas ziek is geweest en omdat reizen in de winter voor haar moeilijk is, maar zij schrijft dat de familie Ruiter erg goed voor haar is geweest in de maanden dat zij bij hen in huis was. Al 46 jaar correspondeert zij met dochter Betty, nu mevrouw Gerritse-Ruiter.

Later bracht Jo Ruiter samen met zijn dochter een joodse dame weg. In de schaars verlichte treincoupé viel het hen op dat de afdruk van de afgetornde Davidsster op de mantel van de vrouw duidelijk zichtbaar was. Alhoewel er Duitse militairen in de coupé zaten liep het gelukkig goed af.
In augustus 1944 vertrokken mevrouw Ruiter en haar dochter uit veiligheidsoverwegingen naar Andel en bleef Jo alleen thuis; zoon Henk was nog steeds ondergedoken. Toen hij weer eens op het perron van het Utrechtse station was met zijn zakken vol met bonkaarten, werd hij op z'n schouder getikt door een politie-agent die zei: 'Wees niet bang, ik ben goed, maar ik moet een jodentransport begeleiden. Eén van die mensen wil u nog even bedanken. Al zijn ze nu gesnapt, ze zullen nooit vergeten wat u eerder voor hen deed'. Dit was het echtpaar Leib, dat helaas was opgepakt. Van de tientallen mensen die door Jo Ruiter en zijn vrouw zijn geholpen, herinnert dochter Betty zich ook dr. Sachs en de heer en mevrouw Polak, die na de oorlog als dank een wandbord cadeau gaven.
Begin 1945 werd het te gevaarlijk voor Jo Ruiter in Utrecht. Hij vertrok toen ook naar Andel. Voor het vele werk dat Johannes en Elisabeth Ruiter-van Sitteren gedurende de Tweede Wereldoorlog hebben gedaan om het leven van joodse medeburgers te redden, ontvangen zij vandaag postuum de Yad Vashem-onderscheiding. Zoon Henk en echtgenote en dochter Betty met haar echtgenoot zijn hier aanwezig om de onderscheiding in ontvangst te nemen.



Opmerkingen? Foutje gevonden?   Opmerkingen?
Meld het via het reactieformulier!
Het echtpaar Johannes Ruiter en Elisabeth Ruiter-van Sitteren heeft gedurende de oorlog aan veel onderduikers een veilig toevluchtsoord geboden. In 1996 kregen zij daarvoor postuum de Yad Vashem-onderscheiding toegekend.
Onderstaande tekst en foto's heb ik met toestemming van de schrijfster overgenomen uit het boek :
        Zijn wieg stond in het turvenland
        door A. Douma - van Wijngaarden (1998, Meppel).



Familieverhalen


Streekgeschiedenis


Wetenswaardigheden


Film & Video