Ruiters aan boord
De verhuizing van Wetering naar Tjalleberd, omstreeks 1796
Betreft Wieger Reins Ruiter
De stamouders van tak 3 van de (De) Ruiterstamboom - Rein Wijchers Ruiter en Margjen Roelofs - kregen in de periode 1739 tot 1755 maar liefst tien kinderen. Daarvan bleef alleen hun eerstgeboren zoon Wieger in leven en van hem stammen alle nakomelingen van tak 3 dus af. Hij trouwde in 1770 met Geertje ten Boom en het stel kreeg in de navolgende 19 jaar ook weer negen kinderen. Zoals zovele Ruiters vóór hem was Wieger turfmaker van beroep.
De turfwinning in de Kop van Overijssel liep vanaf de tweede helft van de 18e eeuw sterk terug. De vraag naar turf vanuit Holland nam af, en de veengronden raakten uitgeput. Er kwam een ware volksverhuizing op gang naar de nog onontgonnen veengronden in Zuidwest Friesland. Hier sprak men van de 'invasie van de Gietersen' ook al kwam de helft van de nieuwe bewoners uit het veengebied dat tegenwoordig de Weerribben heet. De eerste nieuwkomers vestigden zich in het zuiden van de provincie maar langzaam verplaatste de bedrijvigheid zich naar het noorden. Pas aan het eind van de 18e eeuw kwamen de lage venen van Aengwirden in beeld, juist ten noorden van Heerenveen.
Heerenveen is ontstaan op het grondgebied van drie grietenijen bij het kruispunt van de Heeresloot (min of meer de grens tussen Haskerland en Aengwirden) en de Schoterlandse Compagnonsvaart (grens Aengwirden - Schoterland). Hier lag ook de Heereweg, de verbindingsweg Zwolle-Leeuwarden.
Heerenveen lag voor het grootste deel in Schoterland, maar ook gedeeltelijk in Haskerland en Aengwirden. Pas in 1934 zijn Aengwirden en Schoterland met een klein stukje Haskerland samengevoegd tot de gemeente Heerenveen.
De centrale plaats in Aengwirden was Tjalleberd. Voorheen een klein dorp met alleen agrarische bedrijvigheid, werd Tjalleberd vanaf 1796 overspoeld door de turfarbeiders uit Overijssel totdat meer dan tweederde van de bevolking Gieters was! Het Fries als omgangstaal werd verdrongen door het Gieterse dialect dat hier "Tsjalberters" genoemd werd. Pas in 2011 is de laatste spreker van deze streektaal overleden.Heerenveen lag voor het grootste deel in Schoterland, maar ook gedeeltelijk in Haskerland en Aengwirden. Pas in 1934 zijn Aengwirden en Schoterland met een klein stukje Haskerland samengevoegd tot de gemeente Heerenveen.
Ook Wieger ziet dat in de lage venen bij Tjalleberd een beter bestaan mogelijk is. Vermoedelijk heeft hij eerst een paar seizoenen 'proefgedraaid'; ook al woonde hij dan formeel nog in Wetering.
De veengronden rond Tjalleberd waren goedkoop, en Wieger heeft al snel een aantal percelen aangekocht om uit te venen.
Pas in 1801 wordt Wieger officieel overgeschreven van Blokzijl naar Tjalleberd, maar als woonplaats gaf Wieger toen al Tjalleberd aan. Wieger heeft er niet lang gewoond; in december 1803 is hij overleden. Zijn zoon Rein nam daarna zijn veenbaas-activiteiten over.
Ik heb me lang afgevraagd hoe die verhuizing er uit heeft gezien. Wanneer vond die plaats? Hoe ging een en ander in zijn werk? Het moet met een schip gebeurd zijn; dat was nou eenmaal de handigste en goedkoopste manier. Hoe zag die route er dan uit, en wie gingen er mee?
Wanneer was de verhuizing?
Vanuit archiefbronnen is bekend dat in 1796 de Gieterse verveners in groten getale in Aengwirden verschenen. Vermoedelijk hoorde het gezin Ruiter bij deze pioniers. Maar vreemd genoeg was dochter Marritje reeds twee jaren eerder getrouwd, niet in Blokzijl, maar in Tjalleberd! Bij haar huwelijk - ze was pas 18 jaar - geeft ze Terband als woonplaats op, het eerste dorpje tussen Heerenveen en Tjalleberd. Haar huwelijk doet vermoeden dat Wieger al voor 1796 in Aengwirden actief was in de turf, wellicht vergezeld van zijn twee oudste kinderen: Marritje en Rein. Hoe dan ook, de verhuizing zal in of kort na 1796 plaatsgevonden hebben.
Wie gingen er mee?
Bekend is dat van de negen kinderen de eerste twee reeds vroeg zijn overleden. Vermoedelijk ontbrak ook Aaltje uit 1774 die we alleen kennen vanuit haar doop in Blokzijl. Ze is waarschijnlijk ook op jonge leeftijd overleden.
Naast vader Wieger (61 j) en moeder Geertje (51 j) zullen van de kinderen dus alleen Rein (22 j), Grietje (19 j), Hendrikje (17 j), Geesje (14 j) en Hendrik (11 j) op de boot zijn meegereisd. Hun dochter Marritje heeft hen ongetwijfeld verwelkomd in Tjalleberd.
Wat was de route?
Het terugvinden van de gevaren route was een heel gepuzzel. Ik dacht voorheen altijd dat dat via Kuinre - Lemmer - Terhorne - Akkrum gegaan was: een flinke afstand. Maar gezien de afvoer van de turven uit Aengwirden en (een eeuw eerder) uit het hoogveen ten oosten van Heerenveen, moesten er toch wel kortere en snellere vaarwegen zijn (geweest)? Ik moest nagaan welke vaarwegen er in 1800 beschikbaar waren.
Voor het gemak heb ik de route in vier etappes uitgezocht en beschreven, er moet verder geen betekenis aan geknoopt worden.
Op deze Google Map kun je de reis stap voor stap volgen:
De gevaren route
1e etappe, circa 9,5 km
Wetering → via de Wetering en de Kalenbergergracht langs Kalenberg naar Ossenzijl → de Linde (Lende).
Dit is het stuk dwars door de Weerribben naar de provinciegrens die gevormd wordt door de rivier de Linde. Voor het gezin Ruiter is dit bekend terrein.
2e etappe, circa 13,8 km
Via de Linde stroomopwaarts naar de Helomavaart → bij Zevenbuurt de Tjonger op → stroomopwaarts naar de Broeresloot → Tjeukemeer.
Dit is een lang stuk om het uitgebreide verveningsgebied van Weststellingwerf (tegenwoordig: de Rottige Meenthe) heen. De Helomavaart is gegraven in 1774, de Broeresloot stamt al uit de 17e eeuw.
3e etappe, circa 14,4 km
Bij Vierhuis de Hoogedijkstervaart in → bij Rottum linksaf naar het Nannewijd → via de Veenscheiding naar Heerenveen
De Hoogedijkstervaart is al in de jaren 60 gedempt en verhard. Het is nu de N924 tussen Rottum en Vierhuis.
4e etappe, circa 6 km
De laatste etappe is een korte. Via de Opsterlandse Compagnonsvaart linksaf het kanaal van Zestienroeden in. In dat kanaal kwamen heel veel wijken vanuit Aengwirden uit. Er was vast wel een wijk waarin je naar Tjalleberd kon varen. Afstand ca. 6 km
De Opsterlandse Compagnonsvaart werd vanaf 1551 vanuit Heerenveen gegraven voor ontwatering van de hoge venen en de afvoer van turf. In de jaren 60 werd het deel tussen Heerenveen en De Knipe gedempt. Er is geen doorgaande scheepvaart meer mogelijk.
Een alternatief voor deze etappe is een route die Tjalleberd vanuit het noorden bereikt (zie de groene lijn). Daarvoor moet je de Heeresloot uitvaren tot aan Haskerdijken, waar de ingang van het uitgestrekte veengebied van Aengwirden lag. Hier waren allerlei wijken die Tjalleberd bereikten.
Deze route bedraagt ca. 12,5 km
De impressie
Welke route er bij de laatste etappe ook gekozen werd, zeker is wel dat het gezelschap tot mijn grote genoegen via de Veenscheiding aankwam in Heerenveen. Ik had meteen een mooie aanlegplaats in gedachten voor een impressie.
In 1800 is dit stukje Heerenveen een soort drielandenpunt. Op de achtergrond staat prominent de Hervormde kerk van de gemeente Schoterland. Dit was een eenvoudige kruiskerk uit 1637 en was gebouwd tegen de grens met de grietenij Aengwirden aan.
Pas in 1859 werd de dakruiter in het midden verwijderd en vervangen door een toren met spits aan de westzijde van de kerk. Zo kennen veel oud-Heerenveners deze kerk nog, en ik ben daarin ook nog gedoopt. Ik kon het dan ook niet laten om van deze kerk ook een afbeelding te laten maken. Jammergenoeg is dit beeldbepalende bouwwerk in de 70-er jaren afgebroken.
De boot heeft hier aangelegd aan de Heerenwal, dat is grietenij Haskerland. Aan de Heerenwal woonden vooral schippers. Vanuit hier zijn er twee hoofdroutes naar Tjalleberd. Eentje gaat links de Heeresloot in, de andere route gaat rechts onder de brug door via de Schoterlandse Compagnonsvaart. Ik neem aan dat dit de gekozen route was.
De boot is niet helemaal geworden zoals ik hem voor ogen had. Ik vond dat het een Blokzijlder jacht moest zijn, maar AI kreeg vooral de tuigage niet goed voor elkaar. De giek is natuurlijk nogal vreemd. Toch geeft de afbeelding een aardig beeld van hoe het gezelschap tijdens de reis bij Heerenveen kan hebben aangelegd.
De totale afstand was bijna 45 km. Dat lijkt me voor een zeilend (of geboomd) binnenschip tamelijk veel voor een dag. Wellicht dat er in Echtenerbrug - een klein stukje buiten de route - is overnacht?
Opvallend is ook dat de gehele route werd afgelegd door veengebied. Overal langs de vaarroute moeten hoopsteden (hoge bulten opgestapelde turf) en turfschuren gestaan hebben en onderweg zijn ze vast heel veel volgeladen turfschepen tegengekomen...
Bronnen

Jaap Ruiter
13 september 2026







vorige
