Emigreren naar Amerika - I


Dit is de uitgetypte weergave van de brief die Roelof Pieters Ruiter schreef, enkele weken nadat hij met zijn gezin was aangekomen in Grand Rapids. De brief geeft een beeldend verslag van de lange reis : eerst met de boot vanuit Rotterdam naar Ellis Island, en vervolgens met de trein naar Grand Rapids.
De brief heb ik zoveel mogelijk letterlijk overgenomen, maar wel voorzien van de nodige komma's en punten om de leesbaarheid te vergroten. Opvallend is Roelof's gebruik van hoofdletters voor zelfstandige naamworden (op zijn Duits, maar niet overal - dit heb ik gehandhaafd) en het ontbreken daarvan aan het begin van een zin (t.b.v. de leesbaarheid heb ik dit wel gecorrigeerd). Ook heb ik op een enkele plaats een mogelijke onduidelijkheid voorzien van een korte toelichting (op deze wijze - JR).
De brief telde maar liefst 36 volgeschreven kantjes. De foto's, die ik ter illustratie heb tussengevoegd, heb ik her en der gevonden op het internet. Ze stammen allen uit de periode rond 1905.
De Engelse vertaling die Emma Ruiter, het langstlevende kind van Roelof en Lammegien, heeft gemaakt heb ik ten behoeve van Amerikaanse afstammelingen van Roelof en Lammegien ook op deze website geplaatst.
An English translation by Emma Ruiter, daughter of Roelof en Lammegien, can be found here.


Voorwoord van Emma Ruiter

Deze brief schreef mijn vader, de heer Ralph (Roelof) Ruiter op 23 april 1906 nadat hij was geëmigreerd, op 28-jarige leeftijd van Vroomshoop, in Nederland, op 10 maart 1906 naar Grand Rapids, Michigan in de Verenigde Staten van Amerika. Hij was vergezeld door zijn vrouw Elizabeth (Lammechien), eveneens 28, die vijf maanden zwanger was, en drie kinderen - Nellie (Niesje), vijf jaar oud op 21 maart, de dag dat ze in New York aankwamen; Elizabeth (Lammechien), drie jaar en drie maanden; en Peter (Pieter), één jaar en zes maanden oud. De brief werd gestuurd naar moeder's enige broer en diens vrouw, de heer en mevrouw Arend Bosscher uit Zuidwolde, Drenthe in Nederland.


                Dit is het dorp Vroomshoop in het jaar 1904. - JR

        Het werd in het Engels vertaald door zijn dochter, Emma Ruiter, in oktober 1974, opdat zijn kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen het zouden kunnen lezen en kennis kunnen nemen van de vreugdes en beproevingen die hun (groot)ouders moesten doorstaan bij het verlaten van hun land en het emigreren naar een vreemd land, maar in het bijzonder om ze het grote geestelijk erfgoed dat ze aan hen achterlieten te kunnen laten begrijpen en waarderen.

Ik kan hier alleen maar aan toevoegen dat dit precies de reden is waarom ik deze brief nu op internet publiceer, zodat nog meer mensen iets van deze interessante brief kunnen leren. - JR




Grand Rapids, 23 April 1906

Waarde Br. en Z. en Kinderen en aller familie,

Bij vernieuwing (opnieuw - JR) zet ik mij nog eens weer neer u het een en ander te melden. Wij moogen u in de eerste plaats melden dat wij door 's Heeren goedheid ons in welstand bevinden en moogen u ook er bij melden dat ons de Heere kennelijk met zijn zegen nabij is.
Zoals ik u schreef kwamen wij dan alhier voor 14 dagen aan, na een lange Reis, die op zichzelf werkelijk een genot is, afgedacht (afgezien - JR) van het lelijke dat u aanschouwt en hoort, en ondervindt.
Toen wij 's zaterdags 10 Maart aan Boord kwamen te Rotterdam, kregen wij waarlijk een gezicht op al het gewoel en gewriemel der Menschen Kinderen hier op aarde, och wat toch een Menschen. De Passagiers die met de Boot meegaan worden allen tegen één uur aan Boord gelaten, wat was dat een stroom van Menschen, ik dacht als die allen meegaan, mij dunkt dan mocht het schip wel haast een stad wezen, nu het was dan ook Kollossaal toen wij er dicht bij kwamen uit het gebouw der Maatschappij.


De Statendam was in 1898 gebouwd in Belfast.
Volgens een beschrijving die ik op internet gevonden heb, konden er bijna 1400 passagiers mee. Roelof heeft het in zijn tekst over maar liefst 2300. Waarschijnlijk zijn die extra 1000 mensen er gewoon bijgepropt... - JR



Ik had het schip de voorige dag zien liggen aan de Kaaimuur, doch op een afstand daar wij toen van de overkant der Maas stonden, die ongeveer 20 minuten gaans Breed is. Het schip is 180 Meter lang, en 18 Meter Br, en diepte 35 Meter, het geheele schip is in Kamertjes verdeeld voor 1, 2 en 3de Klas, voor elke klas 1 groote eetzaal, en verder Keukens en Bakkerij, groote Magazijnen voor alle voorraden, en Ruimte voor alle Bagage der Passagieren. De Machiene Kamer en Kolen voorraad is in het Midden heel onder in het schip, dan hebt gij nog Hospitalen en Aphotheek. Kortom van alles wat gij maar denken kunt is aan Boord aanwezig, zooals dat ook in een Stad is. Als voor God en zijn Dienst is er geen Plaats, doch is elk vrij dit op zijn wijze te doen daar wordt ook niet mee gespot in het bijzijn van hun die een psalm of een Stichtelijk lied zingen, ten minste dit hebben wij niet waargenomen.
Doch ik dwaal een beetje van mijn tekst af. Laat ik eerst verder melden van onze afvaart. Zooals ik zei gingen wij om één uur aan Boord, onze Ouders, mijn Br. en Zuster en Oom en Tante uit Rotterdam waar wij ook 2 dagen gelogeerd hebben en nog een Oom van mij uit Breukelen bij Amsterdam bracht ons aan Boord. Zeer genoegelijk hebben we de laatste dagen daar doorgebracht.
Nadat wij ons verblijf dat ons was aangewezen hadden betrokken en onze bagagen er in geplaatst hadden gingen wij allen weer naar het Dek om de afvaart te zien. Nog even staan wij bij elkaar en bespreken het een en ander wat ons nog op het hart ligt, en nu wordt het sein gegeven dat allen die hun familie aan Boord hebben gebracht weer het schip moeten verlaten. Nu dat ging waarlijk Gode zij Dank goed, daar het afscheid Hartelijk was, zonder dat de zenuwen werden geschokt, of door Sterke aandoenig werd overmeesterd.
Wij mochten elkaar wijzen op de hoop die in ons was, hetgeen ons Sterkte gaf bij het afscheid en wij hoopen en Bidden u ook toe Geliefden dat ook gij daarin u moogt troosten over ons veraf zijn.
Uw brief die wij van u ontvingen Donderdags voor ons afvaren (dit was een brief van Lammechien's enige broer Arend waarin hij hun smeekte af te zien van de hele onderneming - JR) was voor mijn Vrouw in de eerste Plaats en ook voor mij eenige reden tot Droefheid, daar u er veel onder leed. Nu Broeder wij hebben van den Heere gebeden dat hij u daarin mocht sterken en deze Droefheid mocht wegnemen daar wij toch niet anders konden zien en Besluiten of wij moesten naar Amerika. Wij hoopen dan ook van Harte dat het bij u geen nadeeliger gevolgen mag hebben en dat wij dan ook te zamen daarin moogen deelen.






Opmerkingen? Foutje gevonden?   Opmerkingen?
Meld het via het reactieformulier!
Roelof Pieters Ruiter en zijn vrouw Lammegien met hun drie jonge kinderen emigreerden in 1906 naar Noord-Amerika. Enkele weken na hun aankomst in Grand Rapids schreef Roelof deze brief naar familie in Nederland. De tekst heb ik zoveel mogelijk letterlijk overgenomen en voorzien van foto's die uit dezelfde tijd stammen.



Familieverhalen


Streekgeschiedenis


Wetenswaardigheden


Film & Video