Het gezin Bartele Ruiter / Martentje de Jong


 
Frank Baardman schreef ter gelegenheid van de familiedag van de nakomelingen van Klaas Ruiter en Sjoukje Zwaal / Sjoukje Bangma een boekje met anekdotes en ook een stamboomfragment. Met toestemming van de familie mocht ik een paar leuke verhalen overnemen, die Frank opgetekend heeft uit de mond van 'tante' Jettie en 'oom' Sije.


Er zijn zes kinderen bekend: Jacob, Sije, Geertje, Hendrik, Antje en Klaas. Uit de verhalen van Klaas is gebleken dat er meer kinderen geweest zijn. Enkelen zijn jong overleden. Veelal kregen later geboren kinderen, dezelfde naam als de gestorven kinderen. (We weten inmiddels dat er 10 kinderen uit dit huwelijk geboren zijn - JR)

Jacob heeft de laatste jaren van zijn leven doorgebracht in het nu nog welbekende Oudelieden-huis van de Hervormde Diakonie van Amsterdam, gelegen Amstel 51. Daar waren grote zalen, mannen en vrouwen apart. De meubilering was als het volgt: kastje, bed, stoel - kastje, bed, stoel enz., ongeveer 15 aan elke kant van de zaal. Alle mannen waren hetzelfde gekleed. Een blauwe katoenen broek en jasje met een zwarte pet. Als je daar op bezoek kwam, werden kinderen onder de 10 jaar bij de portier ondergebracht. Zij mochten niet bij de oude mensen op de zaal komen.

Sije was sluiswachter op de Oranjesluizen, (verbindingssluizen tussen het Amsterdamse IJ en het IJsselmeer). Op de sluis was een kleine brugwachterswoning, waar hij en zijn vrouw Fridsen de Haan (tante Fried) met hun grote gezin woonden. Genoeg stoelen om aan tafel te eten waren er niet. Geen probleem, dan maar staande eten. Het motto was: 'Prinsen paarden staan ook'. De baby's werden zodanig ingebakerd, zodat je ze recht vooruit kon steken! (dit vertelde Klaas).

Geertje was getrouwd met Harmen de Vries. Dit was een heel lange zeeman met een glazen oog. Dat oog had hij verloren bij een schermutseling op een van zijn reizen. Hij was van huis uit Rooms Katholiek, maar praktiseerde dat niet. Wel is hij uiteindelijk begraven op de R.K.-begraafplaats 'Barbara' te Sloterdijk.

Hendrik was stoker op de grote vaart. Een zwaar leven. Het menu aan boord was altijd erwtensoep, afgewisseld met bruine bonen. Zelfs in de Rode Zee, waar het altijd al heet is, werd niet van dit menu afgeweken. Daarbij kwam nog de hitte van de stookplaat. Het is dus eigenlijk geen wonder, dat in die omstandigheden wel eens een glaasje gedronken werd. Op een keer is hij van boord gelopen in Nieuw Zeeland en is daar ook gebleven. Van je schip lopen betekende contractbreuk. Bij terugkeer in Nederland zou dat gevangenschap opgeleverd hebben. Na de 2e Wereldoorlog is hij een keer met zijn Engelse vrouw Lily in Nederland teruggeweest. De contractbreuk was toen al verjaard. Het was een beetje een charmeur. Hij liet wel heel duidelijk merken dat schoonzuster Sjoukje veel lekkerder kookte dan de Engelse vrouwen. (voor een culinaire uiteenzetting het verhaal van Sije Ruiter elders in dit boekje)

Over Antje is weinig bekend, zij is jong overleden aan T.B.C.

Klaas: na de lagere school heeft hij verschillende baantjes gehad als loopjongen en dergelijke. De dienstplicht bracht hem 'onder de wapenen', bij het regiment Grenadiers. Het buitengewoon model uniform, dat gedragen werd, was donkerblauw met witte handschoenen. Hij vertelde vaak, dat hij op wacht moest staan bij het paleis de Lange Voorhout in den Haag. Als koningin Wilhelmina het paleis verliet of weer terug kwam, moest het geweer gepresenteerd worden. Uiteraard ook voor prinses Juliana en haar vader Prins Hendrik. Over de laatste fluisterde Klaas, dat hij ook het paleis via een zijdeur verliet op zijn z.g. 'bordeelsluipers'. Eigenlijk gaf het geen pas zoiets te vertellen, zeker niet in het bijzijn van zijn zeer koningsgezinde vrouw Sjoukje.
Na de mobilisatie van 1914-1918, is Klaas in dienst gekomen bij de P.T.T. In die tijd waren er vijf postbestellingen per dag. Bij de jaarwisseling verstuurde men visitekaartjes met Nieuwjaarswensen. Deze kaartjes hadden de afmeting van ca. 3 bij 6 cm. Geplaagd door koude handen, kon het gebeuren, dat zo'n hand vol kaartjes door de lucht vloog, om vervolgens op de blauwstenen stoepen van de grachtenhuizen te belanden. Klaas kon zulke voorvallen met veel verve en afschuw vertellen. Zijn gezicht sprak daarbij boekdelen...
Ook over de postbestelling in de Jordaan was veel te vertellen. naambordjes ontbraken veelal. De postbode moest maar aanbellen en vragen of de geadresseerde daar wel woonde. Zo kon het gebeuren dat Klaas eens naar boven riep: 'Woont hier de familie Cohen?' Antwoord van boven: 'Mag het ook Agsteribbe weze?' (dit laatste met een onvervalst Jiddisch accent).
Hij heeft 42 jaar bij de P.T.T. gewerkt. In later jaren als assistent le klas bij de afdeling buitenlandse Pakketpost. Hij had daar te maken met douaneverklaringen, die in de Franse taal gesteld waren. (dat Frans had hij geleerd in het 8e leerjaar). Het Bureel Inklaring Pakketpost was gevestigd in de zijvleugel van het Centraal Station te Amsterdam. Uiteindelijk is hij gepensioneerd als adjunct-commies.

Na zijn pensionering heeft hij nog vijf jaar gewerkt bij de uitgeverij Wereldbibliotheek. Vanwege drukke werkzaamheden vond de chef het noodzakelijk dat de koffiepauze werd opgeheven. De volgende dag trok Klaas om 10.30 uur zijn jas aan en wilde vertrekken. De chef zei: 'Waar gaat u naar toe mijnheer Ruiter?' Klaas: 'Ik ga naar mijn vrouw om koffie te drinken, want werken zonder koffie, dat 'lap-ik-hem-niet'. De andere dag werd de koffiepauze weer in ere hersteld. Op de leeftijd van 70 jaar is hij gestopt met werken en heeft nog lange jaren van zijn pensioen genoten.





Opmerkingen? Foutje gevonden?   Opmerkingen?
Meld het via het reactieformulier!