Emigreren naar Amerika - II


Nadat dan allen van Boord zijn die er weer af moesten werd de Brug opgetrokken en de Machinist ontvangt het sein om stoom te geven, een oorverdoovend gedreun laat de stoomfluit hooren, tot 3 Maal toe. Het Korps Muziek dat aan Boord is speelt een vaderlands lied, en eenige lustige Stukjes en heel zacht komt er beweging in het Schip, dat nu van de wal afraakt midden in het vaarwater en heel zacht gaat het vooruit onder aanschouwing van wel eenige Honderden menschen. Nog 200 Menschen blijven staan die graag met dit Schip meewilden doch niet kunnen omdat alles bezet is. Het zijn allen verdrevenen van het Volk Israëls uit Rusland, het Stempel van lijden en ontbering op hun gelaat, ook zijn er van dit volk een Duizendtal op het Schip. Veel heeft dit volk te lijden, doch ook hun gansche optreden is ook zoodanig dat het aan hun eigen veel is te wijten daar er de meesten erg onrein uitzien en voor niets uit den weg gaan en onfatsoenlijk zijn in hun handelingen, toch zijn er ook nog wel wat bij die anders zijn.




De Statendam

Het Schip krijgt meer gang; het duurt dan ook niet lang meer of wij zien niets meer van de ons bekende gezichten alleen nog wuiven met de Zakdoeken en Hoeden en het roepen van sommigen die elkaar een laatst vaarwel toeroepen.
Een Gebed rijst in het Hart op tot God. voor allen die wij achter laten, en voor ons zelf nu wij op de Wateren zijn en een lange tocht voor ons hebben.

Wat kan er zo al niet gebeuren niet waar, met 2300 Menschen zijn wij op dit Schip alles bij elkaar, geen Kamertje is onbezet en voor ons de Groote zee, het duurt dan ook niet lang meer of het laatste land van Nederland is uit ons gezicht en gaan de Noordzee op.
Het weer is mooi, een flinke bries wind, voor op het schip slaan de Golven stuk die ongeveer 1 1/2 Meter hoog gaan doch het schip beweegt zich er niet van; het ligt totaal onbewegelijk en gaat Statig vooruit. Wij zijn nog niet ver van de Kust of wij zien al reeds wat de wind en de zee vermag. Daar op zij van ons verheft zich een stuk gebroken mast met een Punt boven water en zien wij af en toe de romp van een Schip op de Klippen zitten. Het was naar ik vernam een Spaansche vrachtboot die daar was gestrand en in de Branding der Golven was vernield aan tweeën gebroken toch dit gezicht dat op velen een onaangenaame indruk maakt, en ook voor ons waarlijk een teken is van onze kleinheid, en onze diepe afhankelijkheid van onzen God, toch moogen wij zeggen dat het niet onze moed beneemt, want wij weten dat zonder den Wil onzes Hemelschen vaders geen Haar van ons Hoofd vallen zal en wij veilig zijn bij den Heere ook hier op de wateren der zee.
Zoo varen wij dan voort en krijgen wij een eerste Middagmaal aan Boord, ongeveer 6 uur waarmee het donker wordt en meer wind komt, en waarop wij na een Gebed in onze Hut ons ter ruste begeven. 's Nachts om 2 uur kwamen wij te Boulogne aan, waar nog weer Passagiers aan Boord komen en de Post wordt afgehaald. Ik hoorde wel dat dit geschiede doch wij waren te Slaperig en vermoeid om op te staan en een kijkje te nemen. Toen wij wakker werden was het 's Morgens 8 uur en waren wij in volle zee, geen land was te zien, wel eenige Visscherscheepjes en Booten die wij zien en tegenkomen.
't Is wonderlijk te zien hoe die kleine Scheepjes op de Baren heen vliegen, nu eens zijn ze onzichtbaar en dan weer hoog op de Golven. De Wind wordt hoe langer hoe sterker ook. Ons Schip begint te dalen en te klimmen zoodat het niet lang duurt of men hoort niet anders als een geluid van Menschen die alles uitspuwen, een erg vies gezicht doch ik en Lammechien en onze kinderen blijven goed vrij.



Deze foto van een ander schip rond 1900 laat zien hoe druk het op het dek kan zijn! - JR


Wij gaan op Dek met elkaar waar wij de kennis die wij al reeds met sommigen aanknoopten verder opzoeken. Ook ontmoeten wij daarbij Menschen die den Heere kennen en hem wenschen te dienen, het duurt dan ook niet lang of het Psalmgezang weerklinkt over het Dek, en werd alzoo toch nog een Sabatzegen genoten al was er dan ook geen Dominee die ons het Woord God verkondigde. Toch was het een klein koppeltje ongeveer een man of twaalf van de 3e Klas Passagiers, en dit van de 250 Hollanders en Duitschers die aan Boord zijn.






Opmerkingen? Foutje gevonden?   Opmerkingen?
Meld het via het reactieformulier!

 vorige    volgende 

Roelof Pieters Ruiter en zijn vrouw Lammegien met hun drie jonge kinderen emigreerden in 1906 naar Noord-Amerika. Enkele weken na hun aankomst in Grand Rapids schreef Roelof deze brief naar familie in Nederland. De tekst heb ik zoveel mogelijk letterlijk overgenomen en voorzien van foto's die uit dezelfde tijd stammen.



Familieverhalen


Streekgeschiedenis


Wetenswaardigheden


Film & Video