Catharina von Reutern V


In de herfst of begin winter van het jaar 1722 zal het huwelijk van Catharina hebben plaatsgevonden. Al spoedig werd generaal von Bohn aangesteld bij het Kriegskollegium (Hoog Militair Gerechtshof) waardoor het echtpaar zich genoodzaakt zag naar St. Petersburg te verhuizen.
De Lijflandse Ridderschap verleende hem op 13 februari 1723 het Staatsburgerschap als erkenning van zijn bestuur van de provincie; een bewijs van het aanzien dat hij genoot.

[...]

In de herfst van 1725 kwam het dan eindelijk tot een verdeling van het Reuternse vermogen. Volgens landrecht kon Catharina als vrouw niets beginnen zonder haar man. Zij was intussen teruggekeerd naar Riga waar haar beide jongste zonen het gymnasium bezochten. In de residentie (St. Petersburg)  was een dergelijke opleiding ondenkbaar.
Hoe de verdeling voor Catharina von Bohn uitpakte is mij niet bekend; zeker is dat haar een zeer aanzienlijk vermogen toekwam. Waarschijnlijk bleef ze in Riga terwijl haar man naar Moskou moest waar het Hof de winter doorbracht.

[..] Generaal von Bohn krijgt in 1726 het bevel over het leger tegen Perzië maar wordt op eigen verzoek bevelhebber over de troepen in Lijfland.

Zo was hij weer met zijn vrouw in Riga verenigd.
Na het overlijden van keizerin Catharina in mei 1727 wordt onder Peter II generaal von Bohn opnieuw in St. Petersburg benoemd. Daarmee nam Catharina voor altijd afscheid van Riga, maar wellicht heeft ze de stad nog wel eens kort bezocht.

[...]

Door de uiteindelijke verdeling van het Reuternse erfgoed kwam veel geld vrij, die het meest zeker en met het meeste profijt voor de koop van landgoederen gebruikt kon worden. Deze waren destijds in Lijf- en Estland door de grote verarming van de adel na de oorlogstijd goedkoop te bemachtigen. Alleen hier, waar adel en burgerij volkomen Duits waren, zouden generaal von Bohn en zijn echtgenote zich willen settelen.
Waarom het echtpaar voor zijn aankopen voor Estland koos en niet het hun veel bekendere Lijfland is niet inzichtelijk. Estland was niet minder verwoest en had meer dan haar zusterprovincie te lijden gehad van de pest.
Wel was hier minder te duchten van de concurrentie door de rijke kapitaalkrachtigen uit Riga.
Nog in 1727 kocht generaal von Bohn van de secretaris van het Ridderschap Baron Adam Friedrich van Stackelberg de landgoederen Kampen en Allafer.

[...]

Hij moet deze aankopen contant betaald hebben en omdat al spoedig nóg nieuwe landgoederen gekocht werden is er geen twijfel dat al dat nodige geld niet uit eigen zak kwam maar uit het vermogen van zijn echtgenote. Ook al had hij zich in zijn dienstjaren verrijkt; het aandeel uit de grote Reutern erfenis moet oneindig veel groter geweest zijn.
En toch liet Catharina bij haar overlijden zoals we zullen zien, behalve de op naam van haar man gekochte landgoederen geen enkel grondbezit na, noch in Lijfland, noch in Riga. Zo staat vast dat bij de in 1727 - 1731 aangekochte landgoederen de beide echtgenoten gemeenschappelijk vermogen hebben gebruikt. Het was rechtsgebruik in die tijd dat de aankopen op naam van de man afgesloten werden.

[...] In 1728/29 kochten generaal von Bohn en zijn vrouw het landgoed Maart in Estland en de bijbehorende landgoederen Koitern en Kostifer.

[Vanwege grote uitweidingen die minder interessant zijn, heb ik vanaf hier de tekst soms samenvattend vertaald. JR]

Op 19-1-1731 werd generaal von Bohn op eigen verzoek ontslagen en trok hij zich terug op zijn bezittingen in Estland. In 1730 was Catharina's oudste dochter Catharina von Rading overleden en diens enige dochter was bij Catharina ingetrokken.
Ondertussen keken ze uit naar nieuwe landgoederen, blijkbaar was er nog geld over uit de Reutern erfenis. Toen stond het naburige goed Jaggowal te koop en dat werd in 1731 gekocht.
Catharina schijnt zich ingespannen te hebben om in Maart de tuinen te verfraaien met beplantingen en aanleg. Ze liet zelfs een hovenier uit Duitsland overkomen.

In 1734 overleed in Riga de dochter van Catharina en generaal von Bohn, Beate Christiana von Reutern [zij was met haar neef Gisbert von Reutern getrouwd, JR]

Met haar zuster Elisabeth Haecks bleef Catharina voortdurend corresponderen. Zo bevindt zich in Maart een notarieel afschrift van het testament van deze zuster uit 1732, waarin ze haar huis in Lübeck en haar verdere vermogen nalaat aan de jongste zonen van haar enige broer Johann von Reutern, Hermann en Johann, met uitzondering van Gisbert, Catharina's schoonzoon.
Het echtpaar von Bohn was tevreden met het landelijke leven in Maart en het winterverblijf in Reval en dacht al lang niet meer aan een terugkeer naar St. Petersburg, zelfs niet voor een bezoek. Zo is het te verklaren dat de generaal al in 1735 zijn huis in Wassili-Ostrow aan stiefzoon Carl von Brevern schonk.
In 1736 verscheen graaf Zinsendorf als prediker in de Domkerk en er werden nauwe betrekkingen aangeknoopt, vooral omdat Catharina en haar man al eerder een warme interesse hadden getoond in de verbreiding van bijbels en gezangenboeken. In de jaren daarna bekostigt het echtpaar de heruitgave van de Estische bijbelvertaling.

In 1741 trouwde Catharina's jongste zoon Peter maar eerder dat jaar was haar zoon Hermann in Riga gestorven, een weduwe Elisabeth en twee jonge kinderen nalatend.
Haar eigen man werd rond deze tijd ziekelijk en in 1743 bleven ze na de winter in Reval wonen. Daar overleed op 7 juni de oude generaal in zijn eigen huis in de Breitstraße, 71 jaar oud. Pas eind maart van het jaar daarop werd hij plechtig begraven.
In 1744 overleed haar zoon Carl, zonder kinderen, na een ziekbed van een dag. Catharina is altijd blijven geloven dat haar zoon vergiftigd werd. Zijn positie was na de paleisrevoluties van 1740 en 1741 nogal precair geworden.
Haar jongste zoon Peter was haar grote steun en hij gaf zijn positie in de regering van het gouvernement op om bij haar te gaan wonen op het land. Zijn hoofdbezigheid was het het beheer van alle landgoederen. Toen heeft zij de gewoonte opgegeven om persoonlijk de bedrijfsvoering op haar bezittingen te beheren. Daarbij viel ze op door haar statuur en omdat ze een zekere voornaamheid uitstraalde. Op het landvolk maakte ze dermate indruk dat ze in verhalen lang is blijven doorleven.
Op mijn vaders landgoed Kostifer heb ik als jonge knaap onder het werkvolk vertellingen gehoord over 'de oude vrouw', dat is Catharina, die altijd in een wagen met zesspan en met lopers en grote lakeien van Maart over Kostifer naar Jaggowal reed en weer terug. Daaruit is de sage ontstaan dat je haar nu nog om middernacht in een wagen met zes grijze paarden tegen kan komen als er een sterfgeval op komst is. In 1827 heb ik zelf kunnen vaststellen hoe levendig die sage toen nog was.
In een maanverlichte heldere novembernacht reed ik met mijn enige jaren later overleden oudste broer van het poststation Jeglecht waarheen de weg naar Jaggowal voert naar Kostifer omdat het te laat was geworden om nog in Reval te komen.
We reden in een postkoets met zes grijze paarden en het geratel op de hardgevroren aarde met grote stenen bruggen maakte eerst de honden en daarna de mensen wakker. Mijn broer moest lang op huisdeuren en vensters bonzen voordat we werden binnen gelaten. De mensen vertelden dat ze in de veronderstelling waren geweest dat de oude vrouw was voorgereden...


Aan het volgende deel wordt gewerkt (juli 2021).





Opmerkingen? Foutje gevonden?   Opmerkingen?
Meld het via het reactieformulier!

 vorige    volgende 

Georg von Brevern heeft in een aantal boeken zijn familie beschreven. Een apart deel wijdde hij aan zijn overgrootmoeder - Catharina von Reutern. Ik heb dit boek vertaald, en vanwege de lengte in zes delen op de website gezet:



Familieverhalen


Streekgeschiedenis


Wetenswaardigheden


Film & Video