Catharina von Reutern IV


De oorlog tussen Zweden en Rusland duurde nog altijd voort, maar in de zomer van 1710 had de vanuit de Lijflandse Ridderschap en de stad Riga afgesloten kapitulatie toch voor altijd een einde gemaakt aan de Zweedse heerschappij, net zoals dat in de herfst van hetzelfde jaar met Estland en Reval het geval was. Daardoor waren de omstandigheden juridisch op oude wijze hersteld, en werd het voor iedereen tijd om de in de oorlogsjaren uiteengevallen vermogensverhoudingen te regelen.

[..] Brevern probeert zijn uitstaande vorderingen te innen, maar dat mislukt voor het grootste deel.

Tegen het eind van 1714 overleed vrouw von Breverns enige broer, de eerdergenoemde raadsheer Johann von Reutern, een weduwe achterlatend, Catharina, geboren Metsue von Dannenstern, en drie zonen: Gisbert, Hermann en Johann. Het Ruiterse handelshuis stopte na dit overlijden nog niet, maar ging nog een tiental jaren verder. Dientengevolge bleef ook het vermogen van de familie ongedeeld. De landerijen en de pandrechten van de landgoederen mogen dan niet zijn verdeeld, er is wel een overzicht van gemaakt van wat de erfgenamen van de eerste Johann von Reutern zou toevallen. Uit augustus 1717 is een door von Brevern opgesteld overzicht van het vermogen van hem en zijn vrouw, voorzover het landerijen en landgoederen betrof. [Dit overzicht (bijlage 5, blz 129) zal op een later moment op de website gezet worden, JR].
Tot hun bezit behoorden: een half deel in het Christiani huis [Katharina CHRISTIAN was Catharina's moeder, JR], een vierde deel in vier verschillende Reutern huizen, verschillende loodsen en hokken; ook een vierde deel in Lutzau's Holm en verschillende holmen (in de Düna, [tegenwoordig Dugava, de rivier door Riga; holmen zijn eilandjes , JR]), alsook ruimtes in de voorstad en landgoederen in Gross-Roop, Woidema en Loddiger en in niet nader aangeduid uitstaand kapitaal. Vanuit de Brevern familie wordt alleen het goed Wainsel opgevoerd, een huis annex pakhuis in de Sünderstrasse, een financieel belang in Loddiger en tenslotte een aandeel (uit het sterfhuis van de vader) in Altenwoga.

[...] Brevern krijgt in 1718 een zeer eervolle benoeming in St.Petersburg.

Het moet niet gemakkelijk voor Brevern geweest zijn om zijn geliefde huis in Riga in het voorjaar van 1718 op te geven als gevolg van zijn nieuwe werkkring. Nog moeilijker moet het voor zijn vrouw geweest zijn om te verhuizen naar de nieuwe hoofdstad aan de Newa en te scheiden van alle kennissen, vrienden en herinneringen aan de kindertijd.
Ik geloof dat ze pas in 1719 Riga verlieten nadat hun oudste dochter Cathrarina met overste Justius Heinrich von Rading getrouwd was, omdat in ditzelfde jaar ook hun beide zonen, Georg en Carl, die het gymnasium in Riga hadden bezocht nu aan de universiteit van Königsberg studeerden. Zo kwam Catharina von Brevern alleen met de twee jongste dochters en de twee jongste zonen naar Petersburg. Van hun leven in deze nieuwe hoofdstad van het Russische rijk is niets bekend [St.Petersburg werd op 27 mei 1703 gesticht en was sinds 1713 de hoofdstad van Rusland, JR].  We kunnen wel aannemen dat ze zich door de positie van haar echtgenoot niet helemaal afzijdig kon houden van het hofleven met zijn rauwe en onbeschaafde manier van doen, hoewel dit twijfelachtige leven haar niet paste als een streng opgevoede patriciërsdochter.
Intussen was het aantal door de tsaar in dienst genomen buitenlanders en ook Lijf- en Estlanders groot, zodat Catharina meer in aangenaam gezelschap kon verkeren. Uit deze tijd stamt waarschijnlijk een olieschilderij, waarop ze in hofkledij afgebeeld is; vast de tegenhanger van een afbeelding van haar man in rood met goudbestikte rok.'¹)
¹) Deze twee schilderijen bevinden zich tegenwoordig (1880) in Dorpat bij een pastoor Haller, die ze van de familie Friderici heeft gekregen via een met een Frederici getrouwde dochter van dit echtpaar, maar zullen later toevallen aan de generaalsvrouw Gravin van Nieroth, geboren Friderici, uit Koil. Bij deze twee schilderijen hoort nog een derde, waarop Catharina's tweede man, de generaal von Bohn, in harnas is afgebeeld.
Overigens duurde haar leven in Petersburg niet lang, want op 3 juli 1721 stierf daar Herman von Brevern, omringd door vrouw en kinderen.
Zo gauw als mogelijk was keerde de weduwe met de kinderen terug naar Riga en ging wonen in het Brevernse huis in de Sünderstrasse. Hier vond ze haar beide oudste zonen in zelfstandige betrekkingen. De oudste van hen, Johan, was assessor bij het Lijflandse hofgerecht en beheerde het goed Wainsel voor de familie. Hermann, de tweede broer, was als secretaris bij de stadsraad aangesteld. Catharina was, volgens landrecht, voogd over de nog onmondige kinderen en beheerde het vermogen van haar en haar gestorven echtgenoot. Op 13 februari 1722 hield ze voor hem een schitterende begrafenis en daarna kon zij voluit naar vermogen haar huishouden inrichten.

[...] Vanwege haar afkomst en haar relatie met Von Brevern stond Catharina in Riga in hoog aanzien. Tot haar meest reguliere gasten behoorde luitenant generaal van Bohn, bevelhebber van in Lijfland gelegen troepen. Deze relatie zou al snel van grote betekenis worden voor het leven van de weduwe Brevern.
Er volgt een beschrijving van het leven van Bohn. Hij was vanuit het Deense leger in Russische dienst getreden, maar moest daarbij veel van zijn vermogen opgeven.

Reeds in de zomer van 1722 besloot de weduwe van vicepresident von Brevern met luitenant generaal Bohn te trouwen. Van sentimentaliteit was in de harde tijd na de zware oorlogsjaren bij de ernstige, praktisch ingestelde Noord-Duitse mensen in Riga en Lijfland geen sprake. Daarom zal de zo korte weduwestand van Catharina nauwelijks aanstoot gegeven hebben toen haar verloving bekend werd. Volgens bestaand recht moest de beërfde weduwe, voordat ze haar tweede huwelijk sloot, met haar kinderen over haar vermogen overleg voeren. Reeds in september begonnen de onderhandelingen.

[...]

De beide oudste zonen Johann en Hermann namen zelfstandig aan de afspraken deel, waarbij Caspari inlichtingen verschafte over het vermogen van Brevern, over het gerealiseerde aandeel uit het vermogen van kaptein Gisbert von Reutern, de oudste neef van Catharina, die vermoedelijk in het Russische of wellicht Pruissische leger dienst deed.
Nadat het gemeenschappelijke vaderlijke en het door de moeder in het huwelijk gebrachte vermogen op ongeveer 42500 Thaler Alberts en daarenboven nog 11000 daalders aan onzekere vorderingen gesteld werd, kwamen als ingebracht kindsdeel van de weduwe ongeveer 28500 daalders op de rekening.

Aan het volgende deel wordt gewerkt (februari 2021).












Opmerkingen? Foutje gevonden?   Opmerkingen?
Meld het via het reactieformulier!

 vorige    volgende 

Georg von Brevern heeft in een aantal boeken zijn familie beschreven. Een apart deel wijdde hij aan zijn overgrootmoeder - Catharina von Reutern. Ik heb dit boek vertaald, en vanwege de lengte in zes delen op de website gezet:



Familieverhalen


Streekgeschiedenis


Wetenswaardigheden


Film & Video