Catharina von Reutern III


De stad Riga werd belegerd en spoedig braken hongersnood en ziektes uit. Catharina’s moeder, de weduwe von Reutern, vluchtte naar het nog veilige Reval  [het tegenwoordige Talinn, JR], waar ze waarschijnlijk verwanten had, maar stierf daar in april 1700. Op de volgende 12 mei stierf in Riga, trouw zijn beroep uitoefenend, de oude hoofdopzichter Brever, de schoonvader van Catharina.
Weliswaar werd Riga van de belegering bevrijd, maar de oorlog woedde voort en daardoor waren alle verhoudingen zo ongewis geworden, dat aan geen deling van het kleine Brevernse en nog veel minder aan de zo aanzienlijke Reuternerfenis gedacht kon worden. Het eerste bestond uit een huis en pakhuizen in de Sünderstrasse, een paar percelen land en veel uitstaand kapitaal, en tenslotte het hypotheekgoed Wainsel.
[...]
Bij het vermogen van de Von Reuterns was een verdeling nog minder mogelijk, omdat naast het vele onroerende goed en het bezit aan verpachte  landgoederen het hoofddeel in de handelsondernemingen van het huis stak, of in vorderingen die in deze zware tijden niet geïnd konden worden. Uit een notitie van Hermann van Breverns eigen hand, wordt duidelijk dat bij het opmaken van de inventaris van het sterfhuis van Von Reutern aanwezig waren:
De kinderen uit het eerste huwelijk van de oude Johann von Reutern, te weten de zoon Johann, de dochter Elisabeth, getrouwd met “dockmann” van het Grote Gilde Peter Haecks, en in naam van zijn kinderen, de weduwnaar van hun overleden zuster Anna, Paul Rigemann, en uit het tweede huwelijk Catharina. Zelfs de met de familie Reutern en de zwagerzonen zeer bevriende assessor Joachim van Schultz was niet aanwezig, zodat, zoals het woordelijk in de notitie staat “geen vreemde de kracht en geheimen van het sterfhuis mag weten, welke behoedzaamheid des te noodzakelijker is in deze tijd van zware oorlog waarin het geld aan vele correcties en betwisting overgeleverd is”. Zelfs het voorhandene baargeld, sierraden en zilver werd niet gedeeld, maar bleef achter slot en grendel.

[...]   Geboorte van nog drie kinderen. Catharina’s man wordt assessor bj het Hofgerecht van Lijfland.

De oorlog was intussen steeds heftiger en verschrikkelijker geworden, Lijfland werd door de Russen verwoest en ook de stad Riga werd in het voorjaar van 1705 zodanig bedreigd dat Brevern besloot vakantie te nemen en met zijn jonge vrouw en de vele kleine kinderen naar Lübeck te vluchten. In de zomer van 1706, als de overwinning van Karel XII het gevaar voor Riga wegneemt, keert de familie terug.

[...]   Nog een dochter.en een zoon geboren. Brevern wordt in 1708 bestuurder van de provincie. Karel XII leidt 1709 grote nederlaag tegen Russen

Toen Brevern in september 1709 van de grote nederlaag van zijn koning hoorde, en de gevolgen voor hemzelf kon overzien, leek het hem geraden om Riga te verlaten. Zijn vrienden in Stockholm verschaften hem een vakantie en hij bracht zijn familie weer naar Lübeck in zekerheid. Hier wilde hij de veranderingen afwachten die nu niet meer uit konden blijven. Het beheer over zijn bezit en zijn belangen behartigde zijn zwager Johann von Reutern, die intussen raadsheer in Riga geworden was. In de daaropvolgende zomer hoorde hij dat deze met burgemeester Herrmann Wiite von Nordeck op 10 juli 1710 de capitulatie had ondertekend, waardoor de voormalige Hanzestad Riga zich onderwierp aan het Russische gezag, wat ook op dezelfde dag door het ridderschap van Lijfland werd gedaan.
Wie de toenmalige interne situatie van Rusland kent of zich herinnert hoe daar vanuit het buitenland naar gekeken werd, kan gemakkelijk begrijpen hoe in de grote handelsstad de nieuwe omwenteling van alle verhoudingen diep gevoeld werd. Zo besloot, onder vele anderen, ook Catharina’s zwager Peter Haecks, die sinds 1704 raadsheer was, zich niet te schikken in de nieuwe situatie, maar verliet nog in de herfst met zijn vrouw voorgoed het land en verhuisde naar Lübeck. Vanwege zijn warme aanhankelijkheid van de Zweedse kroon, was Brevern diep ontroerd wat er in Riga en Lijfland was gebeurd. Bij zijn hoge politieke scholing kon hij niet anders concluderen dat een terugkeer naar de vroegere verhoudingen volledig onmogelijk was geworden. Op een andere plek heb ik verteld hoe lang hij tussen de schitterende aanbiedingen van Zweden en zijn liefde voor Lijfland en de zorg voor het vermogen van de zijnen weifelde, tot hij een oproep van het Lijflandse ridderschap kreeg, om terug te keren naar Riga, en zijn eed af te leggen bij de Russische keizer. Dit getwijfel en zijn uiteindelijke afwenden van de Zweedse kroon moet voor slechte verhoudingen met zijn zwager Haecks hebben gezorgd. Want als op 29 augustus 1711 in Lübeck, waar Brevern nog met zijn gezin verenigd was, Catharina hun laatste kind baarde, was het echtpaar Haecks niet onder de doopgetuigen, hoewel in latere jaren, toen beide echtgenoten waren overleden, de zusters goed met elkaar overweg konden.
Pas toen zijn vrouw helemaal hersteld was, en de in de capitulatie overeengekomen termijn voor vrije terugkeer van de Lijflanders bijna was afgelopen, zeilde Brevern eindelijk in november naar Riga; vrouw en kinderen nog in Lübeck achterlatend. Hij vond de situatie in Lijfland in een betere toestand als hij had gedacht, zo dat hij al in de zomer van 1712 zijn vrouw met de dochters en de vier jongste zonen terug liet komen. De oudste zoon, Johann, die al 17 jaar oud was, bleef vermoedelijk in Duitsland achter, om een studie Rechten te beginnen, terwijl zijn 14-jarige broer Hermann nauwelijks het Lübecker gymnasium verlaten moet hebben, waarop hij zich voorbereidde op de gang naar een Duitse universiteit.





Opmerkingen? Foutje gevonden?   Opmerkingen?
Meld het via het reactieformulier!

 vorige    volgende 

Georg von Brevern heeft in een aantal boeken zijn familie beschreven. Een apart deel wijdde hij aan zijn overgrootmoeder - Catharina von Reutern. Ik heb dit boek vertaald, en vanwege de lengte in zes delen op de website gezet:



Familieverhalen


Streekgeschiedenis


Wetenswaardigheden


Film & Video